Als ik op mijn FietsBoek (FB) meld dat ik naar Porlezza ga om te wielrennen krijg ik de tip toch vooral naar het Balkon van Italië op Monte Sighignola te fietsen. Omdat ik niet weet wat dat is Google ik er lustig op los. Het blijkt een fenomenaal uitzichtpunt op een hoogte van ruim 1.300 meter te zijn, waar Porlezza op slechts 275 meter ligt. Het klinkt inderdaad alsof ik dat niet mag missen.

Ik besluit dan ook die klim zeker niet uit de weg te gaan. Na een relatief vlakke aanloop van een kilometer of 6 gaat het 18 kilometer omhoog. De dag ervoor ga ik eerst maar eens het eerste deel van de klim verkennen. Weet ik een beetje wat mij te wachten staat. Zo begin ik vol goede moed aan de etappe naar het ‘Balkon’. De eerste kilometers van de klim verlopen zoals verwacht. Kennis van het traject blijkt handig te zijn.

Voor ik aan de tweede helft begin neem ik in Pellio tijd voor een doppio espresso met bijbehorende zoete lekkernij. Een energiebom voor het ongewisse dat voor mij ligt. Koffiecultuurbarbaar als ik ben haalde ik het eerder deze week in mijn hoofd na afloop van een diner een cappuccino te bestellen. Cappuccino ’s avond is not done werd mij duidelijk gemaakt. Dat kan in een land als Italië waar ze het drinken van koffie tot een wetenschap hebben gemaakt alleen ’s ochtends. Vandaar, voor alle zekerheid, een doppio.

Na Pellio kies ik voor het traject linksom. Het echte klimwerk begint nu pas goed. De witte strepen op het wegdek gaan steeds trager onder mij door. Naarstig zoek ik de kleinst denkbare versnelling op mijn Bianchi racemonster. Gestaag trap ik door. Zo gestaag dat ik ineens bij de grens met Zwitserland sta. Een prachtig land echter een land waarin ik op weg naar het Balkon van Italië niet behoor te fietsen. Ik zou er alleen naar kunnen kijken. Niets anders dan omkeren en de weg naar Lanzo vinden rest mij. Al vlot zit ik weer op het juiste traject. Na het idyllische Lanzo met typisch Italiaanse pleintjes laat ik de bewoonde wereld achter mij. Lanzo is uitnodigend voor een stop toch sla ik die over. Mijn klimmersbenen hebben de smaak te pakken voor de finale klim naar het Balkon. Dat wil ik graag zo houden. Haarspeldbochten beloven een prachtige klim, ze houden mij niet voor de gek. Verscholen in het bos, waardoor de zon weinig invloed op mij heeft, vind ik mijn weg naar boven. De snelheid op mijn Garmin daalt naarmate de hoogte toeneemt. Het geeft mij ruimschoots tijd de soms erbarmelijke staat van het wegdek in mij op te nemen. Handig voor de afdaling. Klimmen vind ik leuk, afdalen vind ik een verschrikking maar hoort er nu eenmaal bij. Voorlopig is het nog niet zo ver. Eerst boven zien te komen. Het bos wordt dunner, de vergezichten fraaier.

Uit het niets doemt in de diepte Lago di Lugano op met de stad Lugano. Adembenemend en ik ben nog niet eens boven. Parkeer mijn carbonros tegen de vangrail. Niet om op adem te komen natuurlijk, maar om een foto te maken. Slechts 500 meter resten nog tot het Balkon. De laatste loodzware meters. Als die eenmaal zijn afgelegd zijn alle zweetdruppels vergeten. Is alle moeite van 2 uur en 12 minuten fietsen niet voor niets geweest. Het uitzicht over de nog deels besneeuwde Alpen, het meer en de stad zijn het allemaal waard. Dan begint de afzink. Remmen en blijven trappen heeft Henk Lubberding mij geleerd. Ik pas het toe. Het helpt want nu bepaal ik en niet mijn fiets de wijze waarop wij de bochten doorkomen. Met de handen stijf van het remmen kom ik in Lanzo om daar een andere weg naar Pellio te nemen. Het dalen gaat mij goed af. Voor ik het weet sta ik weer in Porlezza bij mijn LuganoChalet.nl, een wielerervaring rijker.

Gefietst en geschreven door Henk Sepers.